Fietsen
Uitrusting

Aandrijving

Het achterwiel 'hangt' in het achterframe en is verbonden met de aandrijving van de fiets. De aandrijving bestaat uit een ketting, die in beweging wordt gebracht door een tandwiel. Het tandwiel zit vast aan de trapas, ook wel bracketas genoemd. Hieraan zijn cranks en pedalen bevestigd.

Tot de aandrijving behoort tegenwoordig bijna altijd een versnellingssysteem. Doel van de versnelling is om onder wisselende omstandigheden (wind, hellingen en bij vermoeidheid) zoveel mogelijk hetzelfde trapritme te kunnen aanhouden. In het versnellingssysteem onderscheidt men een naafversnelling en een derailleurversnelling.

Aantal versnellingen

Fietsen zonder versnellingen zijn tegenwoordig veruit in de minderheid. Ook het aantal versnellingen is in de loop van de tijd toegenomen. Lag het maximum vroeger op drie, momenteel heeft een geavanceerde alledagfiets 7 schakelmogelijkheden en een racefiets (in theorie, er is niemand die ze allemaal gebruikt) maar liefst 27. Versnellingen zijn bedoeld om onder alle omstandigheden (wind, hellingen en bij vermoeidheid) hetzelfde trapritme te kunnen aanhouden.

Naafversnelling

Op oer-Hollandse fietsen zit veelal een versnellingsnaaf, dat wil zeggen dat het systeem is ingebouwd in de naaf van het achterwiel. De meeste naven hebben drie versnellingen. Voor gebruik in het vlakke Nederland is dat meestal genoeg. Er zijn inmiddels ook uitvoeringen met 12 schakelmogelijkheden. De versnellingsnaaf is een gesloten systeem. Dit heeft als voordeel dat hij minder onderhoud vergt en bovendien wordt de ketting beschermd door een kettingkast. Wel maakt de naaf de fiets iets zwaarder en ook zorgt de inwendige wrijving voor wat meer weerstand. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om de overbrengverhoudingen later te wijzigen.

Derailleurversnelling

De derailleurversnelling is een open systeem dat tandwielen en ketting duidelijk zichtbaar laat. Hij kenmerkt zich door een groot aantal schakelmogelijkheden.

Hoe werkt een derailleur? Op de as van het achterwiel zit een groep tandwielen. Meestal zijn dat er 7 of 8 en bij de duurdere racefietsen al 9. Ze verschillen in diameter en dus in het aantal tanden. Onder de tandwielen hangt een achterderailleur, die met behulp van een kabel is te verstellen. Deze derailleur verplaatst de ketting naar een groter of kleiner tandwiel en verandert daarmee de overbrengverhoudingen. Ook bij het crankstel zitten 1, 2 of 3 tandwielen van verschillende grootte. Hier tilt de voorderailleur de ketting naar een ander tandwiel.

Grote en kleine versnelling

Tijdens het schakelen wijzigt de verhouding tussen het aantal tandjes van het voorste kettingblad en de achterste tandwieltjes. Met een groot tandwiel vóór (52 tandjes) en een klein achter (12 tandjes), fietst u in een 'grote versnelling'. Bij een grote versnelling betekent één omwenteling van de cranks vele meters vooruit. Hoeveel precies hangt af van het aantal tandjes op de tandwielen. Met een klein tandwiel vóór (38) en een grote achter (28), fietst u in een 'kleine versnelling'. Dat betekent bij één omwenteling van de cranks slechts een kleine vooruitgang.

Tip: De derailleurketting mag tijdens het rijden niet te schuin komen te staan, want dat bemoeilijkt het schakelen. In de praktijk is het daarom beter om het grote tandwiel vóór niet te combineren met het grote tandwiel achter. Dit geldt ook voor een combinatie van de kleinste tandwielen.

Toepassing

Model

Versnelling

alledagfiets

naaf (3)

alledagfiets

naaf (4/5)

toer-/recreatiefiets

naaf (7/12)

toer-/recreatiefiets

derailleur (7)

recreatie-/sportfiets

derailleur (12/14)

sport-/racefiets

derailleur (16/18)

racefiets

derailleur (16/24)

moutainbike

derailleur (21/24)

Bediening

Derailleurversnellingen hadden van oorsprong commandeurs (hendels) op de schuine onderbuis. Vanaf de hendels ging er een staalkabel naar de derailleurs. Commandeurs komen nog voor op eenvoudige, goedkope racefietsen. Het grootste nadeel van dit systeem is dat u het stuur moet loslaten om te kunnen schakelen.

Bij de moderne systemen kunt u ook schakelen zonder de handen te verplaatsen. Een aantal merken heeft een systeem waarbij rem- en schakelbediening geïntegreerd zijn. De bediening vindt dan plaats met duim en (wijs)vinger. Bij recreatieve fietsen wordt ook wel een draaigreep toegepast. Die bedient u door het handvat naar boven of naar beneden te draaien.

Naafversnellingen worden ook vaak met een hendel boven op het stuur bediend. Hiervan zijn er inmiddels veel soorten. Ook draaigrepen worden hoe langer hoe meer toegepast.