- home
- Fietsen
- Uitrusting
- de-fiets
- Onderhoud remkabels
Onderhoud remkabels
De remmen op de fiets moeten werken zodra de remhendels worden aangetrokken. Ze mogen echter niet zo strak zijn afgesteld dat de remmen slepen.
Trommelremmen

Deze remmen kunt u herkennen aan de trommels in het voor- en achterwiel. Ze worden bediend door remhendels en zodra die worden aangetrokken, drukken twee remschoenen bekleed met een speciale voering zich tegen de binnenwand van de trommel. Trommel en voering moeten vrij van olie en vet worden gehouden, want dat vermindert de remkracht.
Trommelremmen zijn als volgt na te stellen: draai eerst de borgmoer op de stelbus los. Draai daarna de stelbus in (losser) of uit (strakker). Controleer of het wiel vrij blijft draaien. Houd als laatste de stelbus tegen en zet de borgmoer weer vast. Als de remhendels praktisch tot tegen het stuur kunnen worden getrokken en nastellen geen soelaas biedt, zijn de remvoeringen bijna versleten.
De voeringen kunt u zelf vernieuwen, maar dat kost tijd. Maak eerst alle kabels los en neem het wiel uit het frame. Daarna kan de ankerplaat met de remhevel worden losgemaakt. In de trommel komen dan beide remvoeringen tevoorschijn.
Cantileverremmen

Op mountainbikes en hybridefietsen zitten meestal cantileverremmen. Deze worden vanuit één centraal punt aangetrokken. De fijnafstelling gebeurt met de stelmoer bij de remhendel aan het stuur. Draai eerst de borgmoer los. Om de afstand tussen het remblokje en de velg te vergroten, moet de stelmoer met de wijzers van de klok mee worden gedraaid. Andersom draaien verkleint de afstand. Let er op dat in het gaatje van het afstelhuis ten minste 5 schroefdraadgangen zichtbaar blijven. Zet tot slot de borgmoer weer vast. Als het resultaat niet voldoende is, zijn er nog een paar andere afstelmanieren. Een en ander is afhankelijk van het cantileversysteem.
Lengte van de centreerkabel veranderen:
Maak de klemmoer los van de centreerkabel.
Houd de beide blokjes ongeveer 1,5 mm van de velg.
Trek de centreerkabel strak en draai de klemmoer weer vast.
Controleer via het kabeljuk in het midden van de centreerkabel of de beide blokjes een gelijke afstand tot de velg hebben.
Inkorten van de remkabel:
Maak de jukmoer los die de remkabel vastklemt.
Trek de remkabel door de jukmoer tot de remblokjes weer 1,5 mm van de velg afstaan.
Zet de jukmoer weer stevig vast.
De positie van de remblokjes veranderen:
Houd het remschoentje vast met een tang en draai het moertje los met een steek- of ringsleutel.
Centreer beide blokjes zodanig dat ze bij het remmen de velgrand helemaal raken.
Stel de blokjes evenwijdig met de velgrand af.
Draai alle moeren weer vast.
Velgrem
Velgremmen worden voornamelijk met de kabel gesteld. Kleine aanpassingen kunnen met de stelnippel gebeuren. Draai eerst het borgmoertje los en verdraai de stelnippel dan net zo lang tot de blokjes dichter op de velg staan. Zet daarna het borgmoertje weer vast.Voor grotere aanpassingen moet de kabellengte worden veranderd. Draai hiervoor de stelnippel helemaal in. Maak vervolgens het kabelklemmoertje los en druk beide remblokjes tegen de velg. Handig hulpmiddel hierbij is het 'derde handje' dat te koop is bij de rijwielhandel. Zet hierna het kabelklemmoertje weer vast en controleer of de blokjes aan weerszijden ongeveer 1,5 mm van de velg af staan. Zo niet, verdraai dan de stelnippel (zie hierboven).
Remblokjes
Vervang remblokjes altijd per set (2 stuks) en stel de positie van de blokjes opnieuw af. Op sommige exemplaren staan pijlen die aangeven hoe ze aangebracht moeten worden. Staat er niets op, plaats dan het breedste deel van het blokje aan de onderkant.
Remkabels vernieuwen
Binnen- en buitenkabels zijn verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. Bij het kopen van nieuwe kabels is het handig om de oude kabel mee te nemen. U maakt de oude kabel los door het kabelhoedje (onder de stelschroef) af te knippen. De binnenkabel is nu gemakkelijk weg te halen. In de remhendel zit hij vast aan een eindnippel. Voordat u de nieuwe binnenkabel aan kunt brengen, dient u het inwendige van de buitenkabel met een paar druppels olie te smeren. Geef de olie even de kans om zich te verspreiden. Zet eerst de eindnippel in de remhendel vast. Voer daarna de binnenkabel door de buitenkabel naar de stelschroef en het klemboutje. Trek dan de kabel strak en zet hem vast.
Een buitenkabel moet bij het stuur ongeveer een handbreedte overlengte hebben, anders geeft dat problemen bij het sturen. Aan beide uiteinden van de buitenkabel kan een afsluitbusje zitten. Heeft de handrem stelschroeven, dan nemen die de functie van de eindstop over.
- Omhoog ^
