Fietsen
Uitrusting

Onderhoud versnellingen

Storingen en defecten in de aandrijving kunnen verschillend van aard zijn. Een defecte trapper heeft een ander effect dan een verroeste ketting. De aandrijving bestaat uit pedalen, cranks, bracketas, ketting en veelal een versnellingssysteem.

Toer- en sportfietsen hebben meestal een versnellingsnaaf. Aan de buitenkant is dan niet meer te zien dan een versnellingshendel en een kabel die in de naaf verdwijnt. Op hybrides en mountainbikes zitten derailleurversnellingen, dus met een zichtbaar schakelgedeelte en meerdere tandwielen.

Versnellingsnaven

Zodra de pedalen bij het trappen doorschieten of de versnelling spontaan verspringt, moet de afstelling worden gecontroleerd en bijgesteld. Afhankelijk van de soort naaf gaat dat als volgt:

Naaf

Afstellen in

Bijzonderheden

Sturmey Archer 3

versnelling 2

controlestift in as gelijk met uiteinde as

Sturmey Archer 5

versnelling 2

rode markering op controlestift net buiten as zichtbaar

Sturmey Archer 7

versnelling 5

wit merkteken zichtbaar in venster van poeliekap

Sachs 5 en 7 met 'clickbox'

versnelling 1

clickbox aanbrengen: versnelling is afgesteld

Shimano Nexus 4 en 7

versnelling 4

rode punten achter op naaf exact tegenover elkaar

Derailleurversnelling

Een derailleurversnelling heeft één of twee hendels. Deze bedienen de kettinggeleiding van de voor- en achtertandwielen. De tandwielgroep achter heet pignon of cassette. Deze draait op een freewheel. Het grootste tandwiel zit het dichtst bij de spaken.

Problemen met de derailleurschakeling kunnen verschillende oorzaken hebben. Zorg er in elk geval voor dat de afstelling op vier punten in orde is:

  1. De ketting moet de juiste lengte hebben.

  2. De voor- en achterderailleur moeten goed in lijn liggen.

  3. Zorg ervoor dat de voorgeleider evenwijdig loopt met het voortandwiel. Bijstellen kan door de strop waarmee de voorgeleider aan het frame vast zit iets los te maken. Stel hem vervolgens zo af dat tussen de bovenkant van de ketting en de onderkant van de geleider 5 mm ruimte zit. Zet daarna de geleider recht en draai hem weer vast. De achterderailleur zit vast aan het achtervorkeind. Staat hij niet goed in lijn, dan zal de fietsenmaker eraan te pas moeten komen om hem opnieuw te richten.

  4. Afstelling voorversteller: de voorversteller moet zo zijn afgesteld dat de ketting er bij het schakelen niet afloopt. Dat kan met behulp van 2 schroefjes. Met het buitenste stelschroefje wordt het grootste kettingblad begrensd. Door rechtsom te draaien komt de geleider naar binnen. Het binnenste schroefje is voor het kleinste kettingblad. Om de geleider naar binnen te verstellen moet u het schroefje linksom draaien.

  5. Afstelling achterderailleur: deze kunt u controleren door de fiets op te hangen, de trappers rond te draaien en gelijktijdig van het grootste naar het kleinste tandwiel en weer terug te schakelen. Dit moet moeiteloos gaan. Zo niet, stel de derailleur dan met beide stelschroeven af. Het systeem werkt hetzelfde als bij de voorderailleur.

Derailleurkabels

Een derailleurversnelling wordt bediend via kabels.

Bijstellen

  1. 'Aarzelt' of ratelt de ketting bij het schakelen, dan is meestal de derailleurkabel wat opgerekt. Verhoog de kabelspanning door het stelbusje iets te draaien. Het busje zit op de plek waar de buitenkabel in de stuurschakelaar verdwijnt. Met wat draaien en schakelen ontdekt u vanzelf hoe het moet. Aan de remgreep zit een soortgelijk busje waarmee u de spanning op de remkabel verandert.

  2. Bij de achterderailleur zit nog een stelbusje voor de kabelspanning.