- home
- Fietsen
- Uitrusting
- de-fiets
- Verlichting en reflectoren
Verlichting en reflectoren
Verlichting mag op een gewone fiets niet ontbreken. Deze bestaat uit een koplamp die helder wit of helder geel licht uitstraalt. Verplicht is ook een achterlicht dat een helder rood licht moet uitstralen en een goedkeuringsmerk moet hebben.
De verlichting wordt gevoed door een dynamo, batterijen of een accu. De reflectie bestaat uit wielcirkels, pedaalreflectoren en een rechthoekige achterreflector. Deze moeten, op de pedalen na, alle zijn voorzien van een wettelijke goedkeuring.
Dynamo's en batterijen
De dynamo zorgt voor de stroomvoorziening van de verlichting. Hij bestaat simpel gezegd uit een magnetische kern die in een spoel draait. Als het aandrijfwieltje ronddraait, ontstaat in de magnetische velden een spanning die naar de lampen wordt geleid. Een dynamo zorgt voor enige rolweerstand door de druk op het wiel en door het magnetische veld. Bij een juiste afstelling van de dynamo blijft dat echter binnen de perken.

Het grootste probleem bij de dynamo is het rendement. De dynamo moet bij lage snelheden voor een goede en constante lichtopbrengst zorgen, maar de spanning mag ook weer niet te hoog oplopen, anders brandt het lampje door. Vooral halogeenlampen kunnen daar erg slecht tegen. Een te hoge spanning wordt voorkomen door een diode in het circuit op te nemen.
Een ander zwak punt van de dynamo is de aandrijving, ofwel de verbinding tussen band en dynamorol. Om dit te ondervangen, hebben fabrikanten verschillende typen ontwikkeld. Van huis uit leunen de meeste dynamo's tegen het voorwiel aan. Maar er zijn er ook die aan de achtervork en onder de bracket (trapas) vastgemaakt worden. De laatste heeft een afwijkende vorm en wordt ook wel 'roldynamo' genoemd. Verder zijn er inmiddels goede naafdynamo's.
Batterijvoedingen zijn de laatste tijd sterk in opkomst. In de praktijk worden ze vooral gebruikt voor achterlichten met LED's (light emitting diodes), want die vragen maar weinig stroom. De koplampen van de fiets daarentegen trekken de batterijen vrij snel leeg en dat beperkt het aantal branduren. Nadeel van batterijen is dat ze regelmatig moeten worden vervangen en slecht zijn voor het milieu.
Koplamp
Een koplamp zorgt voor licht en maakt de fietser beter zichtbaar. Hij geeft een lichtbundel die tevens naar links en naar rechts straalt, zodat de fietser ook van opzij te zien is. Koplampen met conventionele (gloei)lampjes hebben een matige lichtopbrengst. Exemplaren met een halogeen lampje doen het aanzienlijk beter en gaan ook langer mee. Halogeenlampen zijn echter wel gevoeliger voor een te hoge spanning. En bovendien zijn ze iets duurder. Veel lampen verstrooien het licht, wat vooral bij mist erg hinderlijk kan zijn.
Achterlicht

Het rode achterlicht dient als signaal voor het achteropkomende verkeer. Het hoort een officieel goedkeuringsmerk te hebben. De nieuwe generatie achterlichten met LED's hebben dit keurmerk meestal (nog) niet, maar ze zijn wel het minst gevoelig voor storingen. Achterlichten zijn er in vele soorten. Er zijn tegenwoordig geïntegreerde achterlichten met reflector, exemplaren met een conventioneel lampje en achterlichten met LED's die soms als extra een veiligheidsverhogende 'standverlichting' hebben.
Standlicht
Standlicht is verlichting die blijft werken als de fiets stilstaat. Het maakt de fietser onder die omstandigheden beter zichtbaar. De meeste standlichtsystemen krijgen stroom van een batterij of accu. Bij systemen die door een dynamo worden gevoed, is echter een speciale dynamo of een speciale lamp nodig. Het belangrijkste onderdeel is een soort condensator die een kleine voorraad stroom opslaat. Zodra de fiets stilstaat en de dynamo geen stroom meer levert, ontlaadt de condensator zich via de lamp en laat deze branden totdat de stroom op is. Afhankelijk van de capaciteit van de condensator en het stroomverbruik van de lamp, varieert de brandtijd. Gecombineerde LED-achterlichten werken soms met één kleine batterij in plaats van een condensator. Hierbij is het standlicht vaak handmatig uit te schakelen.
Reflectoren
Behalve verlichting moet er op een fiets een aantal reflectoren zitten. Deze verhogen de zichtbaarheid in het donker en maken de fiets beter herkenbaar. Officieel heet het dat fietsen op twee wielen voorzien moeten zijn van:
een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde. Deze moet zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek;
witte of gele retroreflectoren aan de wielen die de omtrek van het wiel volgen en op of zo dicht mogelijk bij de velg zijn aangebracht;
vier ambergele of gele retroreflectoren aan de trappers.
Achterreflector en wielreflectoren moeten een wettelijk goedkeuringsmerk hebben.
De wet
In de wet staat dat fietsen op twee wielen voorzien mogen zijn van verlichting. Er is sprake van 'mogen', want verlichting wordt pas verplicht als de gebruiksomstandigheden dat nodig maken. 's Nachts dus, maar ook als het zicht ernstig wordt belemmerd. In de praktijk hebben daarom vrijwel alle fietsen verlichting meegekregen. Wordt de verlichting gebruikt, dan gelden er een aantal voorschriften. Zo moet het achterlicht een wettelijk goedkeuringsmerk hebben. En de koplamp moet een helder witte lichtbundel afgeven, waarbij de lamp zo moet zijn afgesteld dat het overige verkeer niet wordt verblind.
- Omhoog ^
