Zaak van de maand November

Trilling in de auto

Het geschil (de consument)

De consument ruilt een auto in omdat deze een trilling vertoont waar hij niet aan kan wennen. Bij het kopen van een gebruikte BMW is er met de verkoper gesproken over de trilling in de inruilauto. Tijdens de proefrit in de BMW bleek ook hier een trilling in het stuur aanwezig te zijn. De verkoper heeft toegezegd dat hij dit door uitlijnen op kon lossen. De consument is vervolgens overgegaan tot koop. Na de koop bleek dat de trilling nog steeds aanwezig was. De verkoper heeft banden vervangen en de auto nogmaals laten uitlijnen om het trillen te verminderen. Dit is helaas niet gelukt, de consument eist ontbinding van de koop.

Het verweer (de verkoper)

De verkoper heeft de consument een financieel aanbod gedaan om de auto terug te nemen. De consument is hier niet mee akkoord gegaan. Beide partijen zijn het niet eens over de afschrijving van de auto. Dit is het bedrag dat je moet betalen voor de reeds gereden kilometers na de koop.

De uitspraak (de commissie)

De commissie heeft een deskundige ingeschakeld om de auto te onderzoeken. Deze heeft een proefrit gemaakt in de auto van de consument en een controle-auto. Deze is van hetzelfde model en bouwjaar. Uit de test bleek dat de controle-auto ook een trilling vertoont. Na het onderzoek trekt de deskundige de conclusie dat dit een producteigenschap is. Oftewel; er is niets aan te doen.

De commissie neemt de bevindingen mee bij het bepalen van de uitspraak. Omdat er geen herstel mogelijk is blijft ontbinding van de koopovereenkomst het laatste middel. De commissie vindt echter dat het gebrek = de trilling, niet ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen. Het is simpel gezegd een gebrek waar de consument mee moet leren leven omdat het bij de auto hoort.

De ANWB Jurist

In bovenstaande uitspraak komt de consument tweemaal in dezelfde situatie terecht. Tot tweemaal toe koopt hij een auto met een producteigenschap. De uitspraak van de commissie is niet ten voordele van de consument omdat het gebrek niet ernstig genoeg is. Maar kan dat zomaar?

In het rechtsysteem in Nederland is een gedeelte consumentenrecht opgenomen, dit beschermt consumenten tegen de professionele verkoper. Toch heeft dit recht zijn beperkingen, er wordt namelijk ook gelet op redelijkheid en billijkheid. In de wet staat duidelijk aangegeven dat ontbinding van de koopovereenkomst (= het zwaarste middel tegen een verkoper) alleen toegestaan is indien het gebrek zodanig ernstig is dat het gebruik van het product belemmerd wordt. Het gebrek en de sanctie moeten in verhouding zijn. Om te onderzoeken of het gebrek zodanig ernstig is stellen we de volgende vragen:; “kan je normaal gebruik maken van het product?” en “is het veilig om het product te gebruiken?”. Op beide vragen kan je ‘Ja’ antwoorden. Daarom vindt de commissie het onredelijk om de koopovereenkomst te ontbinden.