- home
- Verkeer
- Aanrijding en dan?
- Schuld en aansprakelijkheid
- Wie is aansprakelijk?
Wie is aansprakelijk?
- Schuld en aansprakelijkheid
- Wie moet wat bewijzen
- Alcoholgebruik
- Fietsers en voetgangers
- Extra bescherming onrechtvaardig?
- Zelf aansprakelijk?
- Verlies van bonus (no-claim)
- Geschil met verzekeraar
- Juridisch advies en bijstand
- ANWB Rechtshulp voor basisschoolleerlingen
Het succes van het verhalen van een aanrijdingschade is afhankelijk van drie dingen: bewijs, bewijs, en bewijs. Ook als vaststaat dat u zelf geen schuld heeft, staat niet automatisch de schuld van de tegenpartij vast. Dit moet u nog altijd bewijzen. Het is mogelijk dat u geen schuld heeft aan een aanrijding, maar toch (gedeeltelijk) aansprakelijk bent voor de schade. Hoe kan dat? Hieronder een korte uitleg van de regels bij schaderegeling.
Schuld en aansprakelijkheid
Er zijn twee begrippen die soms met elkaar worden verward. De 'schuld' die iemand heeft aan de oorzaak van het ongeval is niet altijd hetzelfde als het juridische begrip 'aansprakelijkheid'. Dat laatste is volgens het Nederlandse recht de verplichting om andermans schade te vergoeden. Wij spreken hieronder van 'aansprakelijkheid': het gaat een benadeelde in de regel toch om het vergoeden van zijn schade. Kijk voor een overzicht van deze informatie:
Rechtshulpwijzer aansprakelijkheid verkeersongeval
Wie moet wat bewijzen
De grondregel voor het verhalen van schade luidt: 'wie stelt, bewijst'. Dus: u stelt (beweert) dat de tegenpartij aansprakelijk is voor uw schade en u eist van hem schadevergoeding. Dan zult u moeten bewijzen dat die tegenpartij een verkeersfout heeft gemaakt, en hierdoor uw schade heeft veroorzaakt. Dat klinkt vaak eenvoudiger dan het is.
Voorbeeld
Op een gelijkwaardige kruising komt u weliswaar van links, maar u bent de kruising al bijna over en de tegenpartij reed veel te hard.
Als u stelt dat de tegenpartij te hard reed, zult u dat moeten bewijzen. Dat kunt u bijvoorbeeld doen met behulp van remsporen, getuigen en dergelijke. Wanneer er geen bewijzen zijn, bent u volledig aansprakelijk voor de schade aan de tegenpartij en kunt u uw eigen schade niet verhalen. De verplichting om voorrang te verlenen betekent dat u hem onbelemmerde doorgang moet verlenen; aan het feit dat er een aanrijding gebeurde op of rond het kruisingsvlak heeft de tegenpartij al voldoende bewijs dat u hem geen onbelemmerde doorgang heeft verleend. Alle (bewijsbare) verkeersfouten van de betrokkenen worden meegeteld bij het bepalen van ieders aansprakelijkheid. Het kan dus uitkomen op een verdeling van de aansprakelijkheid. Hoe dat verdeeld wordt, is weer afhankelijk van de ernst van de beide fouten, bijvoorbeeld de mate van de snelheidsovertreding.
Alcoholgebruik
Uitzonderingen op bovengenoemde grondregel (wie stelt, bewijst) bestaan ook. De eerste uitzondering gaat over alchol in het verkeer. Wanneer er sprake is van alcoholgebruik geldt de omkeringsregel. Dit houdt in dat de partij die alcohol heeft gebruikt, moet aantonen dat dit gebruik geen invloed heeft gehad op de aanrijding.
Overigens kan daarnaast alle schade worden verhaald. Niet alleen op de bestuurder maar ook op de verzekeringnemer of de kentekenhouder. Een groot risico dus bij het uitlenen van een auto, of bij het op naam zetten van een voertuig dat door iemand anders wordt gebruikt.
Fietsers en voetgangers
Een tweede uitzondering op de grondregel is de regel die van toepassing is op een aanrijding tussen 'ongelijkwaardige' verkeersdeelnemers. Motorvoertuigen aan de ene kant, en aan de andere kant ongemotoriseerd verkeer. Bijvoorbeeld tussen een auto en een fiets, of een snorfiets en een voetganger. Voetgangers, fietsers, eigenlijk alle ongemotoriseerde verkeersdeelnemers worden gezien als de zwakkeren in het verkeer, en worden door de juridische uitleg van een wetsartikel (art. 185 Wegenverkeerswet) extra beschermd. Als motorvoertuigen worden onder meer auto's, snor- en bromfietsen beschouwd, en soms ook trams. Een motorvoertuig levert extra risico voor deze zwakkeren op door hun snelheid en gewicht. De wetgever heeft daarom besloten in dergelijke gevallen alle aansprakelijkheid bij het motorvoertuig te leggen, tenzij ... Dat 'tenzij' is nogal ingewikkeld. Om te beginnen ligt hier alle bewijslast bij het motorvoertuig.
Rechtshulpwijzer fietsers en voetgangers extra beschermd in de wet
Voorbeeld
Een aanrijding in een drukke winkelstraat op een regenachtige koopavond tussen een auto en een plotseling overstekende fietser. De automobilist zal dan niet alleen moeten bewijzen dat de fietser plotseling overstak, maar hij moet ook bewijzen dat hemzelf niets te verwijten viel. Zo moet hij bijvoorbeeld aantonen dat hij zijn snelheid heeft aangepast aan de omstandigheden (50 km/h kan soms veel te hard zijn), en dat hij adequaat heeft gereageerd toen de fietser voor hem in beeld kwam. De verkeersfout van de fietser moet verder voor de auto zo ongebruikelijk zijn dat hij hiermee geen rekening behoefde te houden. Als bij een verkeerslicht vaak fietsers door rood rijden, moet een auto zijn rijgedrag hieraan aanpassen. Bij een fietser onder de veertien jaar gaat de bescherming nog verder, en is een automobilist praktisch altijd aansprakelijk voor alle schade.
Deze uitzonderingsregel geldt niet alleen wanneer de fietser zijn schade op de auto wil verhalen, maar ook wanneer de automobilist de fietser aansprakelijk stelt.
Extra bescherming onrechtvaardig?
Voor veel automobilisten klinkt deze bescherming van de zwakkeren onrechtvaardig. Dit zou hen een vrijbrief geven om maar alle regels te overtreden. Daartegenover staat, dat een fietser die door rood licht rijdt een groot risico loopt hierdoor in het ziekenhuis te belanden (of erger!), een veel groter risico dan de automobilist die dezelfde overtreding maakt. De wetgever en de Hoge Raad hebben er nu eenmaal voor gekozen deze zwakkere verkeersdeelnemers extra te beschermen, met name omdat motorrijtuigen daarvoor wettelijk verplicht zijn verzekerd en motorrijtuigen hoe dan ook een extra gevaar in het leven roepen door het gewicht en de snelheid ervan.
In EU-verband is er op dit moment een discussie gaande om de bescherming van de zwakkeren nog verder uit te breiden. De ANWB pleit voor het instellen van een algehele verkeersverzekering, waarmee álle gewonden in het verkeer een uitkering zouden krijgen.
Zelf aansprakelijk?
Wanneer u zelf (gedeeltelijk) aansprakelijk bent voor de schade aan een tegenpartij zal uw WA-verzekeraar (van het motorvoertuig) deze vergoeden. Een tegenpartij kan rechtstreeks uw WA-verzekeraar (van het motorvoertuig!) aanspreken voor de schade, en deze heeft ook niet uw toestemming nodig om een schade te vergoeden.
Verlies van bonus (no-claim)
Verlies van bonus (no-claim) Wanneer uw verzekering een bonus-malus regeling heeft, geldt het volgende. Als de verzekeraar een bedrag (aan u of aan de tegenpartij) heeft vergoed, gaat uw bonus omlaag naar een lagere trede, ook wanneer u zelf geen schuld had aan de schade. Als uw verzekeraar de volledige schade op een ander kan verhalen, zal uw bonus volledig worden hersteld. Lukt dat niet (of maar gedeeltelijk), dan valt u terug naar een lagere trede: zie hiervoor uw polisvoorwaarden. Het maakt hierbij niet uit hoeveel 'schade' uw verzekeraar heeft uitbetaald. U kunt wel afspreken met de maatschappij dat u het uitgekeerde bedrag terugbetaalt wanneer dit voor u voordeliger is dan uw verlies aan bonus. Ook kunt u door uw verzekeraar of uw tussenpersoon laten uitrekenen wat het verlies aan bonus u voor de eerstkomende jaren zou kosten.
> Klachteninstituut financiële dienstverlening
Geschil met verzekeraar
Bent u het niet eens met de manier waarop uw verzekeraar de schade heeft afgehandeld? Er zijn verschillende mogelijkheden:
Als u een rechtsbijstandverzekering heeft kan deze uw belangen behartigen.
Een klachtbrief aan een verzekeringsmaatschappij komt vaak bij een andere persoon of afdeling terecht, en zo kan de kwestie daar nog eens door een ander worden bekeken.
Er is een Klachteninstituut Verzekeringen, Als u een geschil heeft met een verzekeringsmaatschappij en/of assurantietussenpersoon kunt u terecht bij dit Klachteninstituut Verzekeringen. Dit instituut behandelt overigens geen geschillen over aansprakelijkheidsvragen. Ook voor informatie, uitleg en advies in verband met een geschil kunt u zich hiertoe wenden.Uw klacht wordt vertrouwelijk behandeld door een onafhankelijke Ombudsman of door de Raad van Toezicht Verzekeringen.
Juridisch advies en bijstand

Algemeen advies - alleen voor leden
ANWB-leden kunnen gratis juridisch advies en informatie krijgen en vragen stellen over verkeer, recreatie en toerisme. Voor kwesties die niet te maken hebben met letsel kunt u op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur bellen met ANWB Rechtshulp, op telefoonnummer 088 269 77 88. Ook kunt u uw vraag stellen met behulp van onderstaand e-mailfomulier.
> E-mailformulier Rechtshulp
Verkeersslachtoffers - zelfs voor niet ANWB-leden
Gewond bij een aanrijding in Nederland? Twijfelt u of u uw schade kunt verhalen? Leg voor een gratis ‘first opinion’ uw zaak voor aan de ANWB. U hoeft geen ANWB-lid te zijn.
Bel op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur met ANWB Verkeersslachtofferlijn, op telefoonnummer 088 269 77 66. Bij spoedgevallen zelfs dag en nacht bereikbaar.
U kunt ook mailen: vsl@anwb.nl. Zet uw telefoonnummer erbij, dan belt een deskundig medewerker u terug.
Bij de Verkeersslachtofferlijn zijn tevens gratis Rechtshulpwijzers op te vragen over letselschade, smartengeld, aansprakelijkheid en wat de ANWB voor u kan doen.
ANWB Rechtshulp voor basisschoolleerlingen
De ANWB doet er alles aan om de verkeersveiligheid te verbeteren. Maar de ANWB helpt ook als het onverhoopt misgaat.
ANWB Rechtshulp biedt ouders hulp aan bij het verhalen van schade van hun kind, dat slachtoffer is geworden van een verkeersongeval in Nederland. Tijdens ons 125-jarig jubileum in 2008 zijn daar voor de ouders geen kosten aan verbonden. Dit aanbod geldt voor alle kinderen van Nederland die op de basisschool zitten.
Meer informatie: bel de Verkeersslachtofferlijn.
Rechtshulpwijzer Uw kind gewond bij een ongeval: wat kan de ANWB voor u doen?
- Omhoog ^
