Geschiedenis

De geschiedenis van de ANWB Wegenwacht begint vlak na de Tweede Wereldoorlog toen men het plan opvatte om de leden die onderweg met pech kwamen te staan te helpen. Als voorbeeld diende de Engelse zusterclub Automobile Association (AA) die toen al met wegbrigades actief was.

1946, 1947 en 1948

Op 15 april 1946 ging de eerste hulpbrigade in Nederland van start: zeven geel overgeschilderde Harley Davidson Liberator motorfietsen reden de 'grote wegen' af om langs de kant staande automobielen weer aan de praat te krijgen.

En dat waren er nogal wat: in het eerste jaar van de Wegenwacht stonden wel 10.000 (van de in totaal 30.000!) auto's met pech langs de kant van de weg. In 1947 verscheen de eerste Technomobiel, een compleet keuringsstation, op de weg. Met op het dak een enorme snelheidsmeter waarmee de achter het Technomobiel rijdende automobilisten konden controleren of hun snelheidsmeter goed werkte. Dit Technomobiel was de voorloper van de Technocentra die later in heel het land werden geopend. Begin 1948 had de ANWB al zeventig zijspancombinaties op de weg om het 'wagenpark' van Nederland mobiel te houden. Dat de Wegenwacht in een enorme behoefte voorzag kun je zien aan het ledental: in 1951 werd het 250.000ste Wegenwachtlid ingeschreven.

1960

Vanaf 1960 werden de motorfietsen met zijspan vervangen door wegenwachtauto's, de bekende gele besteleenden. In 1960 werd het eerste Wegenwachtstation van Nederland geopend: Delft had de primeur. Omdat de Wegenwachtauto's in de tijd werden voorzien van een mobilofoon, hoefden ze niet alleen meer rond te rijden op zoek naar pechklanten, maar konden ze ook door een centrale meldpost naar een pechgeval worden gestuurd.

1968, 1969 en 1971

In 1968 verschenen speciale telefooncellen langs de weg, zodat pechklanten de Wegenwacht konden bellen. In 1969 was het tijd voor een feestje: het 1.000.000 Wegenwachtlid was binnen. In 1971 verscheen de eerste praatpaal langs de autosnelweg Hoevelaken-Zwolle. Het wagenpark van de Wegenwacht paste zich aan de eisen van de tijd aan. Na de besteleenden kwamen de Renault viertjes (1973), die later weer werden vervangen door de VW Golf diesel (1982). Tussen de bedrijven door werd in 1980 ook nog eventjes het 2.000.000ste Wegenwachtlid ingeschreven. Hoe meer leden, hoe meer werk voor de Wegenwacht. En de leden wilden ook steeds meer.

1985

In 1985 verscheen de speciale Truckservicewagen en werd de Woonplaatsservice geïntroduceerd, waarmee mensen ook in hun eigen woonplaats konden worden geholpen.

Heden

Geel is en blijft de kleur van de Wegenwacht, maar de groene uniformen gingen in 1992 voor goed de kast in en maakten plaats voor moderne en frisse blauw-zwarte werkkleding.

De praatpalen werden vanaf 1994 stuk voor stuk vervangen door de palen met de 'konijnenoren'. Vanaf die tijd gaat het razendsnel met de communicatieapparatuur. De mobilofoon maakt plaats voor computergestuurde apparatuur, dat met het jaar beter en uitgebreider wordt.

En dat moet ook wel, want om al die klanten (in 2000 werd het 3.500.000ste Wegenwachtlid verwelkomd) een zo kort mogelijke wachttijd te garanderen is goede en snelle communicatie een eerste vereiste.

De geschiedenis houdt niet op

Vandaar dat de geschiedenis van de Wegenwacht hier niet ophoudt. We staan namelijk pas aan het begin van stormachtige ontwikkelingen op het gebied van hulpverlening en informatieverstrekking aan de mobiele mens. Want hoewel auto’s steeds beter zijn geworden, is het risico om niet verder te kunnen rijden zeker niet verminderd.

In het jaar 2000 werd er 1.300.000 keer een beroep op de Wegenwacht gedaan! Het betreft tegenwoordig wel heel andere storingen dan vroeger, voornamelijk in de toegepaste elektronica. Hier worden de medewerkers van de Wegenwacht natuurlijk heel goed op voorbereid en bijgeschoold, waardoor ze nog steeds, en misschien nog wel meer, onmisbaar zijn.